27 maart 2008

Darp

“Hoe zou het in Darp zijn?” dacht ik vanochtend. Dat had ik nog nooit eerder gedacht. Ik pakte mijn fiets (die eigenlijk de fiets van mijn overbuurvrouw Loes is) en fietste naar Darp. Het was een mooie dag om naar Darp te fietsen. Om waar dan ook naartoe te fietsen.
Ik zag veel handgemaakte kleine molens in keurig onderhouden tuinen, zeven reeën, een handvol roofvogels, blaffende honden en hier en daar nog een ten dode opgeschreven sneeuwpop - de meeste sneeuw was gisteren al verdwenen. En dat allemaal nog voordat ik in Darp aankwam.
Het laatste stukje fietste ik door het bos over een fietspad dat net gefatsoeneerd was door drie ijverige mannen in oranje jassen. Een vers geharkt fietspad door het bos, een mooiere entree had ik me niet kunnen wensen.
De zon scheen in Darp, er werd gewerkt maar niet te hard. De huizen waren niet eens zo lelijk en er stonden veel bomen. Een dorp met veel bomen is automatisch mooier dan een dorp zonder bomen. Ik zag mezelf daar wel wonen. Het liefst ergens aan de rand. Ver weg van het voetbalveld dat uiteraard onderdeel van het dorp uitmaakte. Geen dorp zonder voetbalveld. Of misschien wel geen Darp zonder voetbalveld.
Het allermooiste deel was het Darper bos dat waarschijnlijk niet zo heet maar dat ik voor de gelegenheid maar zo heb gedoopt. De bomen poseerden voorbeeldig, ongetwijfeld aanvoelend dat er niet meer zo veel kansen komen om vastgelegd te worden op met uitsterven bedreigde polaroid film. Er vlogen hommels over het pad. Mooier kon het niet worden. Ik fietste weer naar huis.



Geen opmerkingen: