De Amerikanen komen! Buurtbewoners hier reageren onverdeeld kritisch. “Nou, ze komen er mooi niet in,” zei de buurman toen ik het bord met diezelfde zin buiten zette. Ik stak mijn hand op met de sleutels van de Kaashal en zwaaide ze heen en weer. “Mooi wel!” Hij lachte als die spreekwoordelijke boer.
Het is ook een rare zin. En ik weet niet of ik mijn drie vrienden er recht mee doe. Drie mensen die toevallig aan de andere kant van de oceaan geboren zijn. Een man die in zijn vrije tijd een boeddhistische superheld is, een jonge vrouw die dankzij haar gevleugelde woorden het vliegen al aardig onder de knie begint te krijgen en een kunstenaar die letterlijk en figuurlijk de kunst afkijkt bij zijn meer wetenschappelijk georiënteerde medemens. Drie unieke persoonlijkheden, alle drie afkomstig uit dat land dat vroeger bekend stond als het land van de onbegrensde mogelijkheden en waar men hier tegenwoordig geen goed woord meer voor over lijkt te hebben.
Waarschijnlijk voelen mijn buitenlandse collega-kunstenaars zich net zoveel Amerikaan als ik mij Nederlander voel. Maar daar liggen nu eenmaal hun wortels. En ondertussen zijn ze wat ze zijn. “Amerikaan” is een gemeenschappelijke noemer. Een aanduiding van afkomst. Niet meer en niet minder.
Maar het gaat ook niet om hun Amerikaan-zijn. Het gaat om de zin die een herinnering is aan een tijd waarin deze woorden tot uitgelaten vreugde leidde. Een zin uit een tijd die ik alleen ken in zwart-wit. Een tijd die mijn buurman misschien nooit bewust heeft meegemaakt. Maar ik al helemaal niet.
De Amerikanen komen! De man die vanavond bij mij voor de deur stond keek er iets genuanceerder naar. “Dat kan goed nieuws zijn of slecht nieuws,” zei hij. Ik lachte omdat ik dacht dat hij het begreep maar voor ik hem kon complimenteren met zijn uitspraak had hij al een keuze gemaakt. “Waarschijnlijk slecht nieuws,” zei hij. Als er gekozen moet worden wint het heden het meestal van het verleden. En heden ten dage is de Amerikaan een boeman. Een hersenloze opgeblazen machtwellustige mediageile medemens. Een Bush of een Schwarzenegger.
In het Irak anno 21e eeuw klinkt het “De Amerikanen komen” natuurlijk anders dan in een Nederland van al weer 63 jaren terug. De helden van gisteren zijn de overheersers van vandaag. Maar net zozeer als toen bestaat ook nu De Amerikaan natuurlijk net zo min als De Nederlander.
Wat ik dan bedoel als ik een poster laat printen met levensgroot de zin “De Amerikanen komen!”? Niet meer en niet minder dan dat ik blij ben met de komst van drie bijzondere kunstenaars die afkomstig zijn uit een continent dat zijn naam dankt aan een Italiaanse ontdekkingsreiziger. En dat de poster ook nog eens dienst doet als spiegel is natuurlijk een niet onverwacht voordeel.
(Zie ook 24/3/2008 en New Riddles & Constellations 4)
31 maart 2008
Akkerland / Arable land

Grasland, ongemaaid. Akkerland, vers geploegd. Wuifend koren. Wiegende maisvelden. Of uitgedroogde stoppels als kruizen op een militair kerkhof.
Ik heb iets met velden dat ik niet met bossen heb of zeegezichten. Wat het precies is weet ik niet. Misschien heeft het te maken met mijn jeugd. De eindeloze ritten door de weilanden naar school, de autotochtjes door het Twentse landschap, de schuilhutten in de mais, de kieviten boven het weiland. De oogstfeesten in de late zomer, de geur van platgetrapt gras vermengd met versgemorst bier en daarna in de vroege uurtjes op de fiets naar huis onder de langzaam vervagende sterrenhemel, lichtelijk bedwelmd door de geur van de dauw die zich verspreidt over de groene velden.
Ik zag ooit in het Groninger Museum een schilderij van een Russische schilder, Archip Koeïndzii, getiteld Steppe. Een klein schilderijtje met een groene vlakte die in de verte blauwig overging in de grijze horizon. Het was de eerste en enige keer dat ik huilde bij het zien van een schilderij.
29 maart 2008
27 maart 2008
Darp
“Hoe zou het in Darp zijn?” dacht ik vanochtend. Dat had ik nog nooit eerder gedacht. Ik pakte mijn fiets (die eigenlijk de fiets van mijn overbuurvrouw Loes is) en fietste naar Darp. Het was een mooie dag om naar Darp te fietsen. Om waar dan ook naartoe te fietsen.
Ik zag veel handgemaakte kleine molens in keurig onderhouden tuinen, zeven reeën, een handvol roofvogels, blaffende honden en hier en daar nog een ten dode opgeschreven sneeuwpop - de meeste sneeuw was gisteren al verdwenen. En dat allemaal nog voordat ik in Darp aankwam.
Het laatste stukje fietste ik door het bos over een fietspad dat net gefatsoeneerd was door drie ijverige mannen in oranje jassen. Een vers geharkt fietspad door het bos, een mooiere entree had ik me niet kunnen wensen.
De zon scheen in Darp, er werd gewerkt maar niet te hard. De huizen waren niet eens zo lelijk en er stonden veel bomen. Een dorp met veel bomen is automatisch mooier dan een dorp zonder bomen. Ik zag mezelf daar wel wonen. Het liefst ergens aan de rand. Ver weg van het voetbalveld dat uiteraard onderdeel van het dorp uitmaakte. Geen dorp zonder voetbalveld. Of misschien wel geen Darp zonder voetbalveld.
Het allermooiste deel was het Darper bos dat waarschijnlijk niet zo heet maar dat ik voor de gelegenheid maar zo heb gedoopt. De bomen poseerden voorbeeldig, ongetwijfeld aanvoelend dat er niet meer zo veel kansen komen om vastgelegd te worden op met uitsterven bedreigde polaroid film. Er vlogen hommels over het pad. Mooier kon het niet worden. Ik fietste weer naar huis.
Ik zag veel handgemaakte kleine molens in keurig onderhouden tuinen, zeven reeën, een handvol roofvogels, blaffende honden en hier en daar nog een ten dode opgeschreven sneeuwpop - de meeste sneeuw was gisteren al verdwenen. En dat allemaal nog voordat ik in Darp aankwam.
Het laatste stukje fietste ik door het bos over een fietspad dat net gefatsoeneerd was door drie ijverige mannen in oranje jassen. Een vers geharkt fietspad door het bos, een mooiere entree had ik me niet kunnen wensen.
De zon scheen in Darp, er werd gewerkt maar niet te hard. De huizen waren niet eens zo lelijk en er stonden veel bomen. Een dorp met veel bomen is automatisch mooier dan een dorp zonder bomen. Ik zag mezelf daar wel wonen. Het liefst ergens aan de rand. Ver weg van het voetbalveld dat uiteraard onderdeel van het dorp uitmaakte. Geen dorp zonder voetbalveld. Of misschien wel geen Darp zonder voetbalveld.
Het allermooiste deel was het Darper bos dat waarschijnlijk niet zo heet maar dat ik voor de gelegenheid maar zo heb gedoopt. De bomen poseerden voorbeeldig, ongetwijfeld aanvoelend dat er niet meer zo veel kansen komen om vastgelegd te worden op met uitsterven bedreigde polaroid film. Er vlogen hommels over het pad. Mooier kon het niet worden. Ik fietste weer naar huis.
26 maart 2008
Vandaag
De sneeuw is weg. Ik pel af en toe een overgebleven paaseitje en deponeer de glimmende propjes papier op de hoek van mijn bureau of de rand van een tafel. Toen ik straks hier en daar zo’n propje wegplukte om ze in de prullenbak te gooien stond ik opeens met de piepkleine goudkleurige boeddha in mijn hand. Hij leek het niet erg te vinden dat ik hem verwarde met een glimmend propje papier. Ik zette hem terug op zijn plek, met uitzicht op het chocolade eendekuiken dat voor een kleine boeddha monsterachtige proporties heeft. Het kuiken komt uit België, is handgemaakt en te mooi om op te eten. Thuis in Amsterdam heb ik nog zo’n chocolade dier van het afgelopen jaar. Maar ondertussen wel vlees eten (die worstjes van de bioboer zijn heerlijk!). Mensen zijn bij tijd en wijle belachelijk. Zo ook ik.
Kolderveen. Geen nieuws al is alles ook vandaag weer nieuw. De loodgieter was er om hardnekkige luchtbellen uit de verwarming te laten ontsnappen. Hij heette Jan, dat zag je zo. De rode mammoet hees grasmatten op het dak van het huis van de architect. Oranje mannetjes bewogen zich lichtvoetig heen en weer om de vegetatie op z’n plaats te krijgen. Ik scande foto’s van gevlekte bomen en zag mijn toekomst in de figuren die tevoorschijn kwamen bij het verbinden van de vlekjes. Het ziet er rooskleurig uit.
Dat doet me goed. In mijn maalhoofd liepen vannacht alle plannetjes die nog uitgevoerd moeten worden uit de maat en al die onregelmatige passen hielden me wakker. Niet dat ik dat erg vind. Ik sluimer liever dan ik slaap. Om 7 uur kwam de mammoet al weer stampvoetend langs. Ik stond op en zag dat de knoppen van de kastanje op springen staan. Lente heet dat.
Ik wijdde de dag aan het schrijven van brieven aan bijzondere mensen. Niet alleen komen er binnenkort drie Amerikanen het terrein bevolken, hopelijk kan ik ze voorstellen aan een aantal speciale gasten. Ik schreef een schrijver die graag bijenchoreograaf zou zijn, een astronoom die verstand heeft van zwarte gaten, een kunstenaar die tegelijkertijd kok is, een componist die zich gespecialiseerd heeft in het opnemen van vogelgeluiden en nog een aantal anderen. Een zoektocht naar gelijkgestemden die net als ik graag rondwandelen in het grensgebied tussen kunst en alledag.
Kolderveen. Geen nieuws al is alles ook vandaag weer nieuw. De loodgieter was er om hardnekkige luchtbellen uit de verwarming te laten ontsnappen. Hij heette Jan, dat zag je zo. De rode mammoet hees grasmatten op het dak van het huis van de architect. Oranje mannetjes bewogen zich lichtvoetig heen en weer om de vegetatie op z’n plaats te krijgen. Ik scande foto’s van gevlekte bomen en zag mijn toekomst in de figuren die tevoorschijn kwamen bij het verbinden van de vlekjes. Het ziet er rooskleurig uit.
Dat doet me goed. In mijn maalhoofd liepen vannacht alle plannetjes die nog uitgevoerd moeten worden uit de maat en al die onregelmatige passen hielden me wakker. Niet dat ik dat erg vind. Ik sluimer liever dan ik slaap. Om 7 uur kwam de mammoet al weer stampvoetend langs. Ik stond op en zag dat de knoppen van de kastanje op springen staan. Lente heet dat.
Ik wijdde de dag aan het schrijven van brieven aan bijzondere mensen. Niet alleen komen er binnenkort drie Amerikanen het terrein bevolken, hopelijk kan ik ze voorstellen aan een aantal speciale gasten. Ik schreef een schrijver die graag bijenchoreograaf zou zijn, een astronoom die verstand heeft van zwarte gaten, een kunstenaar die tegelijkertijd kok is, een componist die zich gespecialiseerd heeft in het opnemen van vogelgeluiden en nog een aantal anderen. Een zoektocht naar gelijkgestemden die net als ik graag rondwandelen in het grensgebied tussen kunst en alledag.
25 maart 2008
24 maart 2008
De Amerikanen komen!
Ik heb drie kunstenaars uitgenodigd om drie weken lang met mij op het Drentse platteland te wonen en te werken. Het had nog heel wat voeten in de aarde (=veengrond) maar over drie weken steken ze de oceaan over. Mary Rothlisberger, Jason Ferguson en Christian French. Het is nu al soms alsof ik door hun ogen kijk, alsof zij door mijn ogen kijken.
19 maart 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)





